ECLI:NL:RVS:2025:734
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige arbeid wegens onvoldoende onderbouwing ondernemingsplan
De vreemdeling, met de Turkse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan om als zelfstandige stukadoor te werken. De minister wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan. De rechtbank oordeelde dat het ondernemingsplan onvolledig was, met name door het ontbreken van een regionale marktanalyse, bewijs van competenties en intentieverklaringen van opdrachtgevers.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat het ondernemingsplan voldeed aan de beleidsvereisten en verwees naar eerdere positieve adviezen van de RvO ondanks summiere plannen. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht controleerde op volledigheid van de gevraagde stukken en dat de regionale marktanalyse ontbrak. Ook ontbraken bewijsstukken van werkervaring en onderbouwing van omzet en winst.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op ongeschoolde arbeid niet opgaat omdat het stukadoorsvak specifieke vaardigheden vereist. De Raad verwierp het bezwaar tegen het afzien van horen in bezwaar omdat de vreemdeling geen steekhoudende verklaring gaf voor het ontbreken van stukken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan en het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.