ECLI:NL:RBDHA:2026:14989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige en machtiging voorlopig verblijf familieleden op grond van Turks associatierecht
Eisers hebben aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige op grond van het EU-Turkije associatieverdrag en voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor familieleden. De minister wees deze aanvragen af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, met name vanwege een onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan en het ontbreken van objectief verifieerbare bewijsstukken van werkervaring en vakinhoudelijke expertise.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht niet verplicht was om het ondernemingsplan door te sturen aan de minister van Economische Zaken en Klimaat, ook niet bij een summier plan. De eisers konden onvoldoende aantonen dat het beleid anders was en dat de standstillbepaling werd geschonden. De rechtbank stelt vast dat het ondernemingsplan onvolledig is en dat de diploma-eis niet in strijd is met het associatierecht.
Verder is geoordeeld dat de minister terecht de mvv-aanvragen van eiseres en haar minderjarige kinderen heeft afgewezen, omdat deze afhankelijk zijn van de aanvraag van eiser die is afgewezen. De rechtbank ziet geen reden om de besluitvorming aan te houden in afwachting van het beroep van eiser.
De beroepen worden ongegrond verklaard, de afwijzingen blijven in stand en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en mvv-aanvragen en verklaart de beroepen ongegrond.