ECLI:NL:CBB:2010:BN7674
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- M. van Duuren
- W.A.J. van Lierop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunning en heffing doorlopend toezicht door AFM
Adviesbureau BAS had bij de AFM een vergunning aangevraagd voor bemiddeling in financiële producten. Na verlening van de vergunning trok AFM deze met terugwerkende kracht in per 29 oktober 2007 en legde heffingen op voor doorlopend toezicht over 2006 en 2007. BAS maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde onder meer dat de intrekking niet met terugwerkende kracht mocht plaatsvinden en dat de heffingen disproportioneel hoog waren.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen ongegrond, waarbij werd overwogen dat intrekking met terugwerkende kracht de rechtszekerheid schaadt en dat de heffingen niet onredelijk hoog waren, ook al waren ze hoger dan de omzet van BAS. BAS stelde in hoger beroep meerdere grieven, waaronder schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur en artikel 6 EVRM Pro.
Het College van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank, oordeelde dat de intrekking niet met terugwerkende kracht kon worden teruggedraaid, dat de heffingen passend waren binnen het wettelijke kader en dat de bezwaren omtrent proportionaliteit en rechtszekerheid faalden. Hoewel het College erkende dat de rechtbank niet op alle grieven was ingegaan, leidde dit niet tot vernietiging van de uitspraak. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht werd aan BAS terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep van Adviesbureau BAS tegen de intrekking van de vergunning en de heffing door AFM wordt ongegrond verklaard.