ECLI:NL:CBB:2011:BR0231
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E. Dijt
- R.R. Winter
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid heffingen doorlopend toezicht AFM over 2008
Deze zaak betreft het hoger beroep van 1624 financiële dienstverleners tegen de door AFM opgelegde heffingen voor doorlopend toezicht over 2008. De appellanten voerden aan dat de heffingen onrechtmatig zijn vanwege gebrekkige motivering, onjuiste kostenberekening, strijd met de Wet op het financieel toezicht (Wft) en diverse algemene rechtsbeginselen zoals het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank Rotterdam had de beroepen ongegrond verklaard. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dit oordeel en overweegt uitgebreid dat AFM de heffingen heeft vastgesteld conform de Wft, inclusief de doorberekening van rentelasten, kosten van bezwaar- en beroepsprocedures, beleidsregels en level 3 werkzaamheden binnen CESR. Ook de doorberekening van een exploitatietekort, waaronder wanbetaling, is geoorloofd.
Het College wijst de stellingen van appellanten af dat de Regeling 2008 onverbindend is of in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. De kostenstijging wordt verklaard door intensivering van het toezicht en een afname van het aantal onder toezicht staande instellingen. Het beroep op een motiveringsgebrek wordt verworpen omdat AFM voldoende informatie heeft verschaft over de kostenopbouw.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de heffingen van AFM over 2008 worden bevestigd als rechtmatig.