ECLI:NL:CBB:2013:BZ3428
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.L.W. Aerts
- W.E. Doolaard
- J.L. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid heffingen financieel toezicht over 2008 door AFM en DNB
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake heffingen voor doorlopend financieel toezicht over 2008 door AFM en DNB. Zij betoogden onder meer dat de heffingssystematiek ondoorzichtig, onrechtmatig en onevenredig was, en dat de kosten onterecht werden doorberekend.
Het College stelt vast dat het hoger beroep alleen betrekking heeft op de heffingsbesluiten over 2008 en dat het hoger beroep van een gefuseerde partij niet-ontvankelijk is. Het College beoordeelt de rechtmatigheid van de regelgeving terughoudend en concludeert dat de heffingstarieven correct zijn vastgesteld binnen de wettelijke kaders. Appellanten hebben onvoldoende concreet aangetoond dat zij niet over voldoende informatie beschikten om de rechtmatigheid te beoordelen.
Verder oordeelt het College dat de kosten die doorberekend worden, waaronder die voor preventieve toezichttaken, binnen de wettelijke normen vallen. De heffingssystematiek leidt niet tot onevenredige of willekeurige gevolgen en het beroep op het gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel faalt. Ook de bezwaren tegen de formele rechtskracht en het EVRM worden verworpen.
Het College bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de gefuseerde partij niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.