Verweerster exploiteert een agrarisch melkveebedrijf en kreeg van de staatssecretaris van Economische Zaken een boete opgelegd van €52.227 wegens overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen in 2013. De boete was gebaseerd op de reguliere gebruiksnorm van 170 kg stikstof per hectare, terwijl verweerster betoogde dat de verhoogde derogatienorm van 250 kg per hectare van toepassing was.
De rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de toepassing van de reguliere norm onjuist was en matigde de boete tot 75% vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het feit dat het bedrijf inmiddels was gestaakt en de controle volgde op een melding van verweerster zelf. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en stelde de boete lager vast.
In hoger beroep stelde het College vast dat de regelgeving per 1 januari 2013 duidelijk maakte dat bij niet-naleving van alle gebruiksnormen terugval naar de reguliere norm plaatsvindt, ook al werd dit pas expliciet verduidelijkt in juli 2013. Het College oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de derogatienorm had toegepast en bevestigde dat de boete terecht gebaseerd moest zijn op de reguliere norm, met inachtneming van de matiging.
Het College vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit, stelde de boete vast op €39.170,25 (75% van de oorspronkelijke boete) en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.