ECLI:NL:CBB:2022:78
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL wegens ontbreken omzetverlies in referentieperiode
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor Q3 2020, maar deze is afgewezen omdat zij geen omzetverlies van ten minste 30% kon aantonen in de referentieperiode. De onderneming was ingeschreven in het handelsregister op 3 januari 2019, maar feitelijk gestart op 17 augustus 2020, waardoor er geen omzet was in het referentiejaar 2019.
Appellante stelde dat zij onredelijk werd benadeeld omdat zij vanwege verbouwing, vergunningstraject en coronamaatregelen pas later kon starten en dat de geprognosticeerde omzet als referentie moest gelden. Verweerder handhaafde de afwijzing omdat de TVL-regeling geen ruimte biedt om af te wijken van de vaste referentieperiode en geen hardheidsclausule bevat.
Het College oordeelde dat het ontbreken van omzetverlies in de referentieperiode betekent dat appellante niet aan de voorwaarden voldoet. Het College benadrukte dat de regeling generiek is en dat maatwerk niet mogelijk is, ook al leidt dat tot onredelijke situaties. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de TVL-regeling zonder uitzonderingen voor ondernemers die na de referentieperiode zijn gestart.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de TVL-aanvraag gehandhaafd wegens ontbreken van omzetverlies in de referentieperiode.