ECLI:NL:CBB:2022:735
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.L.W. Aerts
- T. Pavićević
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding dierenwelzijn bij kantelen pluimveetransportcontainers
Appellante is door de minister beboet wegens overtredingen van artikel 3 van Pro Verordening 1099/2009, omdat bij het kantelen van pluimveetransportcontainers kleppen niet opengingen, wat leidde tot vermijdbare pijn, spanning of lijden bij kuikens. De rechtbank Rotterdam had de boetes gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar stelde vast dat de overtredingen terecht waren vastgesteld.
In hoger beroep betwistte appellante de verwijtbaarheid en stelde dat het kantelsysteem optimaal werd toegepast en verdere optimalisatie niet uitvoerbaar was. Het College oordeelde echter dat er nog niet benutte mogelijkheden waren om het systeem te verbeteren en dat bedrijfseconomische redenen het niet toepassen daarvan niet rechtvaardigen. Ook het zogenaamde 'ruw kantelen' leidde tot vermijdbare pijn, spanning of lijden.
Het College bevestigde dat de minister bevoegd was om de boetes op te leggen en dat de hoogte van de boetes passend en geboden was, mede gezien recidive. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boetes wegens overtreding van artikel 3 van Verordening 1099/2009 blijven in stand.