ECLI:NL:CRVB:2013:2487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar na een anonieme tip en onderzoek bleek dat zij samenwoonde met appellant, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 2010-2011. Het college legde ook een verlaging van de bijstand op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraken omdat het college de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet uitnodigde voor de hoorzitting, wat strijdig is met het hoor en wederhoor-beginsel. De Raad bevestigt dat er voldoende grond was voor het huisbezoek en dat sprake was van informed consent.
De Raad oordeelt dat appellant feitelijk hoofdverblijf had in de woning van appellante en dat sprake was van wederzijdse zorg, waardoor zij als gehuwden moeten worden aangemerkt. Appellante heeft de inlichtingenplicht geschonden, waardoor het college bevoegd was de bijstand terug te vorderen en te verlagen. Verzoeken tot schadevergoeding worden afgewezen.
De proceskosten worden toegerekend aan het college. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten blijven in stand, ondanks de procedurele onregelmatigheid. Appellante en appellant kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens schending hoor en wederhoor, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; bijstand wordt ingetrokken en teruggevorderd wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht.