ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam in een visfabriek, meldde zich ziek met klachten als hoge bloeddruk en vermoeidheid. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat haar beperkingen onvoldoende waren voor een WAO-uitkering, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
Appellante maakte bezwaar en stelde aanvullende medische rapporten over, waaronder van het Instituut Psychosofia. Deze werden echter door de rechtbank en de Raad niet als voldoende onderbouwing erkend, mede vanwege het ontbreken van de gebruikelijke medische standaarden.
De Raad overwoog dat het bezwaar zorgvuldig was behandeld, dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen voldoende was onderbouwd en dat de eerdere jurisprudentie omtrent de beoordeling van Psychosofia-rapporten niet was achterhaald.
De Raad zag geen reden om het bestreden besluit te wijzigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarmee het beroep van appellante ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WAO-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.