ECLI:NL:CRVB:2007:BB3560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens schending redelijke termijn in WAO-procedure
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak over de toepassing van de WAO. Na intrekking van het hoger beroep verzocht hij om vergoeding van schade en proceskosten wegens de lange duur van de procedure.
De Raad stelde vast dat de procedure ruim vijf jaar duurde, wat de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro overschreed. Hoewel de procedure niet complex was en verzoeker geen rechtvaardiging voor de vertraging gaf, was het bestuursorgaan verantwoordelijk voor ruim 14 maanden vertraging.
De Raad kende verzoeker een vergoeding van €500 toe voor immateriële schade door de overschrijding, maar wees een aanvullende schadevergoeding wegens vermeend geestelijk letsel af. Proceskosten werden beperkt vergoed tot reiskosten van €28,56, exclusief kosten van andere procedures die niet direct verband hielden met het ingetrokken hoger beroep.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente over de achterstallige uitkering en wees erop dat verzoeker griffierecht rechtstreeks bij het UWV kan claimen.
De uitspraak benadrukt de noodzaak van tijdige besluitvorming en beperkt de vergoeding van immateriële schade tot gevallen met aantoonbare spanning en frustratie door procedurele vertraging.
Uitkomst: Verzoek om immateriële schadevergoeding wegens schending redelijke termijn wordt afgewezen, maar €500 vergoeding toegekend en beperkte proceskosten vergoed.