ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toerekening WAO-uitkering aan eigenrisicodragende werkgever
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen een besluit van het UWV waarbij zij als eigenrisicodrager werd aangesproken voor de betaling van een WAO-uitkering aan een voormalige werknemer die arbeidsongeschikt werd binnen de proeftijd.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) de periode van het dragen van het eigen risico vijf jaar bedraagt vanwege overgangsregels. Tevens geldt een inlooprisico voor reeds lopende WAO-uitkeringen vanaf het moment dat de werkgever eigenrisicodrager wordt. De Raad oordeelt dat de werkgever bij het aangaan van het eigen risicodragerschap de voor- en nadelen moet afwegen, waarbij de beperkte periode van toerekening een rol speelt.
De Raad verwerpt de stelling dat de toerekening in strijd is met internationale verdragsbepalingen of de verzekeringsgedachte. Ook wijst de Raad het beroep af dat de werkgever niet verantwoordelijk zou zijn voor uitkeringen die zijn toegekend op basis van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de werkgever blijft verantwoordelijk voor betaling van de WAO-uitkering gedurende vijf jaar.