ECLI:NL:CRVB:2010:BO1702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- J.P.M. Zeijen
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering kinderbijslag wegens niet-onderhoud dochter
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn dochter [B.], die volgens onderzoek niet bij zijn echtgenote in Marokko woonde maar bij haar biologische moeder. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag de toekenning met terugwerkende kracht en vorderde teveel betaalde kinderbijslag terug.
Appellant voerde aan dat hij altijd onderhoudsbijdragen had betaald en dat het rapport van de sociaal attaché gebreken vertoonde. De Raad oordeelde dat het rapport een consistent en overtuigend beeld gaf dat [B.] bij haar moeder woonde en dat appellant onvoldoende bewijs leverde van de onderhoudsbetalingen, met name omdat stortingsbewijzen niet eenvoudig controleerbaar waren.
De Raad stelde dat appellant aan de onderhoudseis moest voldoen en dat het hem redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat hij geen recht had op kinderbijslag voor de betreffende kwartalen. De terugvordering werd bevestigd, geen dringende redenen voor kwijtschelding werden gevonden en de Svb werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van kinderbijslag worden bevestigd wegens onvoldoende bewijs van onderhoud van de dochter door appellant.