ECLI:NL:CRVB:2011:BU6045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en gezagsverhouding tussen opdrachtgever en freelancer
Appellante stelde zich in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem die het standpunt van het Uwv onderschreef dat tussen appellante en [C.] een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond. Het geschil betrof de vraag of er een gezagsverhouding was, wat bepalend is voor de verzekeringsplicht op grond van sociale verzekeringswetten.
Appellante voerde aan dat er geen gezagsverhouding was omdat [C.] zelfstandig werkte, de werkzaamheden anders verrichtte dan haar werknemers en dat hij een Verklaring Arbeidsrelatie had ontvangen vanaf 2009. De Raad onderzocht de feitelijke uitvoering van de freelance-overeenkomsten, waarin partijen uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst beoogden.
De Raad oordeelde dat ondanks de contractuele bepalingen en zelfstandige werkwijze, feitelijk sprake was van een gezagsverhouding. Appellante kon aanwijzingen geven over de uitvoering van werkzaamheden en [C.] was financieel volledig afhankelijk van appellante. Dit leidde tot de conclusie dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking en verzekeringsplicht bestond. De boetenota’s werden daarom terecht opgelegd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat tussen appellante en [C.] een gezagsverhouding en daarmee een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond, waardoor verzekeringsplicht en boeten terecht zijn opgelegd.