ECLI:NL:CRVB:2011:BR1355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn bij intrekking bijstandsuitkering
Appellant ontving een bijstandsuitkering die door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd ingetrokken en teruggevorderd over meerdere perioden, met een totaalbedrag van €9.577,56. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, onder meer door de bewindvoerder van appellant, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het bezwaar aanvankelijk ontvankelijk en vernietigde het besluit, maar bij een nieuw besluit werd het bezwaar alsnog ongegrond verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat de nalatigheid van de bewindvoerder niet voor zijn rekening mocht komen en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van de bewindvoerder van 23 juni 2008 als een namens appellant ingediend bezwaarschrift moet worden aangemerkt, maar dat de termijn voor het indienen van het bezwaar was overschreden. De nalatigheid van de bewindvoerder wordt volgens vaste rechtspraak voor rekening van appellant gebracht, waardoor de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het bezwaar is daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.