ECLI:NL:CRVB:2007:BB3760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Geen recht op vervolguitkering WW na wetswijziging, geen schending EVRM-eigendomsrecht
Betrokkene vroeg een vervolguitkering WW aan, maar kreeg deze geweigerd vanwege de wetswijziging per 1 januari 2004 waarbij de vervolguitkering werd afgeschaft met terugwerkende kracht tot 11 augustus 2003. De rechtbank Assen vernietigde het besluit en oordeelde dat de wetswijziging in strijd was met het eigendomsrecht onder het EVRM.
In hoger beroep stelde appellant dat geen sprake was van ontneming van eigendom omdat het recht op vervolguitkering niet opeisbaar was op het moment van wetswijziging. De Raad oordeelde echter dat het recht op vervolguitkering wel degelijk een bestaande bezitting is, ook al gaat de uitkering pas in na afloop van de loongerelateerde uitkering.
De Raad toetste vervolgens de proportionaliteit van de wetswijziging en concludeerde dat de afschaffing een legitiem algemeen belang dient, namelijk beperking van uitkeringslasten en activering van werklozen. De Raad vond dat de belangenafweging niet onevenwichtig was en dat betrokkene voldoende tijd had om zich op de wijziging in te stellen.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene op een vervolguitkering WW wordt ongegrond verklaard vanwege de rechtmatigheid van de wetswijziging.