ECLI:NL:CRVB:2011:BR5270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Appellante, werkgever, maakte bezwaar tegen een loonsanctie die door het UWV was opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een zieke werkneemster. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat appellante onvoldoende inspanningen had verricht, ondanks het advies van de bedrijfsarts dat er geen duurzaam benutbare mogelijkheden waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de bedrijfsarts beter geïnformeerd was en dat de verzekeringsartsen onterecht niet hadden getoetst aan de juiste criteria. Het UWV handhaafde zijn standpunt dat de werkgever verantwoordelijk is voor re-integratie en dat onvoldoende inspanningen waren geleverd.
De Raad concludeerde dat de medische gegevens en rapportages van de verzekeringsartsen voldoende onderbouwing boden dat er wel benutbare mogelijkheden waren en dat de werkgever onvoldoende had onderzocht of werkhervatting mogelijk was. Het advies van de bedrijfsarts werd als onjuist beoordeeld. De loonsanctie werd daarom bevestigd.
De Raad verwierp tevens het argument dat de werkneemster geen benutbare mogelijkheden had op basis van latere WIA-beoordeling, omdat die beoordeling op andere maatstaven is gebaseerd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de loonsanctie bleef in stand.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever wordt bevestigd.