ECLI:NL:CRVB:2016:80
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen na ziekte werknemer
Werknemer viel in augustus 2010 uit wegens gezondheidsklachten en hervatte tijdelijk werk, maar met terugval. De werkgever schakelde een bedrijfsarts en arbeidsdeskundige in, die in 2011 functionele mogelijkheden vaststelden. Desondanks werd vanaf augustus 2011 geen werk meer verricht. Het UWV stelde bij besluit in juni 2012 vast dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht en legde een loonsanctie op.
De werkgever maakte bezwaar en voerde aan dat werknemer vanwege medische beperkingen niet inzetbaar was. De rechtbank oordeelde echter dat er wel sprake was van belastbaarheid en dat de werkgever re-integratiekansen had gemist door geen spoor één en twee in te zetten.
In hoger beroep handhaaft de Centrale Raad dit oordeel. De Raad stelt vast dat de medische rapporten geen deugdelijke grond boden om geen re-integratieactiviteiten te verrichten. De toekenning van een IVA-uitkering achteraf is niet relevant voor de beoordeling van de re-integratie-inspanningen in de relevante periode.
De Raad bevestigt daarmee de loonsanctie en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling toegekend.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.