ECLI:NL:CRVB:2012:BV1233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellante ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%, terwijl zij daarnaast wisselende inkomsten uit arbeid had. Zij had niet voldaan aan haar verplichting om deze inkomsten uit eigen beweging aan het Uwv te melden. Het Uwv paste daarom artikel 44 van Pro de WAO toe met terugwerkende kracht en vorderde onverschuldigd betaalde uitkeringen terug.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten van het Uwv rechtens onaantastbaar waren en stelde het terug te vorderen bedrag vast op € 6.388,62. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet op de hoogte was gesteld van de besluiten en dat toepassing van artikel 44 met Pro terugwerkende kracht onredelijk was, mede vanwege haar psychische klachten.
De Raad stelde vast dat het Uwv de beleidsregels consistent had toegepast en dat appellante onvoldoende had aangetoond dat terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen voor haar had. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 6.388,62 wordt bevestigd.