ECLI:NL:CRVB:2012:BV7124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet-rechthebbende status onder WWB
Appellant, een ongewenst verklaarde vreemdeling zonder verblijfstitel, diende een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Purmerend. Deze aanvraag werd afgewezen omdat appellant niet viel binnen de kring van gerechtigden op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), mede vanwege het koppelingsbeginsel in artikel 16, tweede lid, WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het koppelingsbeginsel in zijn situatie geen redelijk doel dient en dat weigering van bijstand een schending vormt van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant als vreemdeling binnen de reikwijdte van artikel 16, tweede lid, WWB valt en dat daardoor ook uit hoofde van zeer dringende redenen geen bijstand kan worden verleend. De Raad liet de vraag of appellant als kwetsbare persoon bijzondere bescherming geniet onder artikel 8 EVRM Pro in het midden, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
Verder benadrukte de Raad dat de positieve verplichting uit artikel 8 EVRM Pro ten aanzien van vreemdelingen die onder artikel 16, tweede lid, WWB vallen, niet via de WWB kan worden ingevuld, maar bij andere bestuursorganen ligt, zoals het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijstandsaanvraag en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag omdat appellant geen recht heeft op bijstand op grond van de WWB en het koppelingsbeginsel van artikel 16 lid 2 van de WWB van toepassing is.