ECLI:NL:CRVB:2012:BW8122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant, gehuwd sinds 1966, had bij zijn AOW-aanvraag aangegeven sinds 2004 duurzaam gescheiden te leven van zijn echtgenote. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem daarop een AOW-pensioen toe voor een ongehuwde of duurzaam gescheiden gehuwde. Na onderzoek stelde de Svb vast dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leefden, mede vanwege gezamenlijke financiën en een gezamenlijke bankrekening.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de herziening van het pensioen ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zij weliswaar gescheiden huishoudens voerden, maar bewust hun financiën niet hadden gescheiden. De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven vereist dat echtgenoten ieder hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat financiële verstrengeling dit uitsluit.
De Raad bevestigde de rechtbankuitspraak en oordeelde dat het gevoelsmatige gescheiden leven zonder gezamenlijke huishouding onvoldoende is om duurzaam gescheiden leven aan te nemen. Onjuistheden in het proces-verbaal van een huiszoeking werden erkend maar niet relevant geacht voor de beoordeling. De herziening van het pensioen blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen blijft herzien naar het gehuwdenpensioen.