ECLI:NL:CRVB:2012:BW8492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling bezwaarverzekeringsarts bevestigd
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering per 10 oktober 2010 te beëindigen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV zich terecht baseerde op de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rapportage geen juist beeld gaf van zijn gezondheid en arbeidsmogelijkheden. Hij overhandigde aanvullend medische verklaringen, waaronder een huisartsenjournaal met bevindingen van specialisten. Het UWV stelde dat deze nieuwe stukken geen nieuwe gezichtspunten bevatten en dat de bezwaarverzekeringsarts en neuroloog geen gewrichtszwellingen aan de handen hadden vastgesteld op de datum in geding.
De Raad overwoog dat de rechtbank de medische gronden juist had beoordeeld en dat de nieuwe stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. Er was geen twijfel aan de zorgvuldigheid en volledigheid van de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts. De beperkingen in de FML waren passend en de door appellant aangevoerde gewrichtszwellingen waren niet relevant voor de datum van het besluit.
De Raad zag geen reden voor het benoemen van een deskundige en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.