ECLI:NL:CRVB:2012:BX4884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kinderbijslag wegens onjuiste beoordeling ingezetenschap
Appellante, die sinds maart 2007 in Nederland verblijft, vroeg kinderbijslag aan voor haar kinderen die vanaf augustus 2007 in Nederland naar school gingen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de kinderbijslag toe te kennen over de periode van het tweede kwartaal 2007 tot en met het derde kwartaal 2008, omdat appellante volgens hen geen ingezetene was en dus niet verzekerd was op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat haar economische en sociale binding met Nederland zwak was en zij daarom niet als ingezetene kon worden aangemerkt. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar sociale binding met Nederland wel degelijk aanwezig was, mede door haar familie en de schoolgaande kinderen.
De Raad oordeelde dat de Svb een onjuist beoordelingskader hanteerde en dat het besluit daarom niet deugdelijk gemotiveerd was. De Raad verduidelijkte dat ingezetenschap op grond van de AKW moet worden beoordeeld aan de hand van een duurzame persoonlijke band met Nederland, waarbij niet noodzakelijk is dat het middelpunt van het maatschappelijke leven in Nederland ligt. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Svb tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.