ECLI:NL:CRVB:2013:BY9838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdragen zorg met verblijf en gebitsprothese
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor eigen bijdragen voor zorg met verblijf in een zorginstelling en voor een gebitsprothese. Het college kende bijzondere bijstand toe voor de eigen bijdrage thuiszorg en zorgverzekering, maar wees de bijdragen voor zorg met verblijf en gebitsprothese af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat cumulatie van eigen bijdragen een financieel probleem vormt gezien haar minimuminkomen en dat zij op grond van het beleid recht heeft op bijzondere bijstand voor deze bijdragen. De Raad overwoog dat de Zorgverzekeringswet en de AWBZ als voorliggende voorzieningen gelden, waardoor bijzondere bijstand voor deze eigen bijdragen in beginsel niet toekomt.
Het college voert beleid dat bijzondere bijstand voor wettelijke eigen bijdragen in het algemeen niet wordt toegekend, wat de Raad kwalificeert als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit beleid is consistent toegepast. Voor de gebitsprothese gold dat de aanvullende verzekering het maximale bedrag had vergoed, waardoor bijzondere bijstand niet toekomt.
De Raad concludeert dat appellante ruimschoots is gecompenseerd voor de cumulatie van eigen bijdragen en bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor zorg met verblijf en gebitsprothese. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.