ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand voor manuele therapie wegens onjuiste motivering
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van manuele therapie vanwege klachten door een whiplash. Het College wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit in bezwaar, stellende dat appellant tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toonde door geen aanvullende verzekering te sluiten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelde de Raad dat het College onjuist had gehandeld door artikel 18, tweede lid, WWB niet toe te passen bij het beoordelen van verwijtbaar gedrag, en dat het besluit daarom niet deugdelijk was gemotiveerd. Het besluit werd vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad stelde vast dat de kosten van de eerste negen behandelingen fysiotherapie niet worden vergoed op grond van de Zorgverzekeringswet en dat het College daarom geen bijzondere bijstand hoeft te verlenen voor deze kosten. Voor de tiende behandeling geldt dat de Zvw voorziet in vergoeding, zodat bijzondere bijstand niet toekomt. Ook waren er geen zeer dringende redenen voor bijstand. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en het College werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Besluit afwijzing bijzondere bijstand vernietigd wegens onjuiste motivering, maar rechtsgevolgen blijven in stand en schadevergoeding wordt afgewezen.