ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderbijslag wegens onjuiste beoordeling ingezetenschap
Betrokkene, een Iraakse staatsburger, vestigde zich in december 2008 met zijn gezin in Nederland en vroeg kinderbijslag aan voor de periode van het tweede kwartaal 2009 tot en met het eerste kwartaal 2010. Appellant, de Sociale verzekeringsbank, weigerde de uitkering omdat betrokkene op die peildata niet als ingezetene van Nederland werd beschouwd en dus niet verzekerd was volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat betrokkene vanaf het vierde kwartaal 2009 als ingezetene moest worden aangemerkt, maar appellant stelde hoger beroep in. De Raad overwoog dat het begrip ingezetene inhoudt dat er een duurzame persoonlijke band met Nederland moet bestaan, waarbij meerdere factoren zoals woonruimte, gezin, inschrijving in het bevolkingsregister en taallessen worden meegewogen.
De Raad concludeerde dat betrokkene op de peildata geen zelfstandige woonruimte had en geen duurzame band van persoonlijke aard met Nederland kon worden vastgesteld. Daarom was betrokkene niet verzekerd volgens de AKW in die periode. Het bestreden besluit was onvoldoende gemotiveerd en werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. De Raad bevestigde dat de beoordeling van ingezetenschap een exclusieve taak van de rechter is en dat beleidsregels van appellant niet bindend zijn.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van kinderbijslag wordt vernietigd wegens onjuiste motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.