ECLI:NL:CRVB:2014:1032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling loongerelateerde WIA-uitkering ondanks betwisting beperkingen
Appellant, een voormalig heftruckchauffeur, viel uit wegens rug- en nekklachten en kreeg een WIA-uitkering vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. Na herbeoordeling bleef de uitkering ongewijzigd omdat de beperkingen volgens verzekeringsarts en arbeidsdeskundige correct waren vastgesteld en appellant geschikt werd geacht voor andere functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij onder meer een psychiatrische expertise en contra-expertise van Ergo Noord werden betrokken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat hij meer beperkingen had, waaronder artrose, hernia en fibromyalgie. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd met voldoende medische informatie en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet waren onderschat. De GAF-score van 40 uit het Ergo Noord-rapport werd niet als maatgevend beschouwd voor beperkingen in het functioneren.
De Raad vond geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige en concludeerde dat de functies waarop het besluit is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellant. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen werd bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de loongerelateerde WIA-uitkering ongewijzigd blijft omdat de beperkingen niet zijn onderschat en de geselecteerde functies medisch geschikt zijn.