ECLI:NL:CRVB:2018:2385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde autoregistraties
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1 maart 2006. Uit onderzoek van de gemeente Enschede bleek dat appellant tussen november 2006 en november 2014 meerdere kentekens op zijn naam had, waarvan hij geen melding maakte bij het college. Hierdoor kon het recht op bijstand over diverse maanden niet worden vastgesteld. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug, daarnaast werd een boete opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat sprake was van oude of beschadigde auto's en dat de terugvordering was verjaard. De Raad oordeelde dat het handelen van appellanten een schending van de inlichtingenverplichting vormde en dat de transacties financieel relevant waren. De verjaringstermijn was nog niet verstreken omdat het college pas in september 2015 bekend werd met de vordering.
De Raad concludeerde dat het college terecht tot intrekking en terugvordering van de bijstand was overgegaan en dat de opgelegde boete proportioneel was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.