ECLI:NL:CRVB:2014:2709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wegens niet voldoen aan voorwaarden huishoudelijke verzorging
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een algemene tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) over het jaar 2009, welke door het CAK is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond omdat het CAK de aanvraag niet had getoetst aan het nieuwe artikel 2a van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Btcg), maar handhaafde het besluit vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij met 24 weken huishoudelijke verzorging van vijf uur per week ruimschoots voldeed aan de eis van 26 weken minimaal één uur per week, en dat het onderscheid tussen zorg in natura en persoonsgebonden budget (pgb) niet relevant is. Het CAK verweerde zich met het standpunt dat het Btcg niet in strijd is met de Wtcg en verwees naar de uitvoerbaarheid en gegevensbeschikbaarheid.
De Raad overwoog dat het Btcg als algemene maatregel van bestuur de voorwaarden stelt dat huishoudelijke verzorging in natura gedurende minimaal 26 weken moet zijn ontvangen. De regeling sluit pgb’s uit vanwege het ontbreken van centrale gegevens en de uitvoerbaarheid van de regeling in 2009. Deze keuze acht de Raad niet onredelijk. Ook in het concrete geval van appellant zijn geen bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel leiden.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de tegemoetkoming Wtcg over 2009 wordt bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor huishoudelijke verzorging in natura.