ECLI:NL:CRVB:2015:1476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering en toekenning WGA-uitkering bij 39% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als stuwer sinds 1988, heeft vanwege diverse gezondheidsklachten waaronder een vaataandoening en hartinfarcten een aanvraag ingediend voor een IVA-uitkering. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 39%, hetgeen door appellant werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep richtte zich uitsluitend op de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was, waarbij de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld en adequaat waren verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Medische informatie over de vaataandoening en andere klachten rechtvaardigde geen andere beoordeling. Ook werd het door appellant aangevoerde gebrek aan Nederlandse taalvaardigheid niet als belemmering gezien voor de geselecteerde functies, die licht en eenvoudig productiewerk betreffen.
De Raad onderschreef het gebruik van het CBBS-systeem bij de functiebepaling en vond geen aanleiding om de vastgestelde functies ongeschikt te achten. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de toekenning van een WGA-uitkering met 39% arbeidsongeschiktheid bevestigd.