ECLI:NL:CRVB:2015:1873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zvw over flexpensioen aan verdragsgerechtigde in Zweden
Appellante, woonachtig in Zweden en ontvanger van een flexpensioen sinds 2005, werd door het Zorginstituut als verdragsgerechtigde aangemerkt op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Verordening (EEG) nr. 1408/71. Het Zorginstituut berekende een buitenlandbijdrage over haar prepensioen, wat appellante betwistte.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante terecht onder de werkingssfeer van artikel 28bis van Vo 1408/71 valt, waarbij haar flexpensioen gelijkgesteld wordt met een wettelijk pensioen. De Raad verwierp het standpunt dat appellante niet verzekerd zou zijn in Zweden of dat sprake zou zijn van dubbele wettelijke stelsels in strijd met de verordening.
Verder stelde de Raad dat de berekening van de buitenlandbijdrage conform artikel 33 van Pro Vo 1408/71 en de nationale regelgeving, waaronder artikel 69 van Pro de Zvw, rechtmatig is. Ook werd geen strijd met het Unierecht, de Grondwet of het Handvest van de Grondrechten vastgesteld. Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie werden niet noodzakelijk geacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage Zvw over het flexpensioen is rechtmatig berekend en appellante is terecht als verdragsgerechtigde aangemerkt.