ECLI:NL:CRVB:2015:1888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugbetalingsverplichting lening bij kasstortingen op bankrekening bijstandontvanger
Appellant diende een aanvraag bijstand in en kreeg aanvankelijk afwijzing, later toegekend met verrekening van kasstortingen op zijn bankrekening als inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de stortingen leningen waren met terugbetalingsverplichting en dat deze ten onrechte als inkomsten werden aangemerkt. De Raad overwoog dat kasstortingen en bijschrijvingen op een bankrekening in beginsel als middelen worden beschouwd volgens artikel 31 WWB Pro en dat leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip.
De Raad benadrukte dat periodieke betalingen van derden, ongeacht de vorm, als inkomen worden gezien en dat het ontbreken van een concrete en afdwingbare terugbetalingsverplichting doorslaggevend is. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de stortingen leningen waren met terugbetalingsverplichting, mede omdat hij nog niets had terugbetaald. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan door het college.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, wees het verzoek tot schadevergoeding af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat kasstortingen op de bankrekening als inkomsten worden beschouwd en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.