ECLI:NL:CRVB:2015:1891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlening van zorg via pgb niet mogelijk bij aanleren vaardigheden zonder concrete ondersteuning
Appellante, een minderjarige met een chromosomale afwijking, verstandelijke beperking en autistische stoornis, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg. De zorg werd geleverd door een begeleider, [Z.], die volgens het werkplan zich richtte op het aanleren van vaardigheden om gedragsproblemen te verminderen.
Het Zorgkantoor besloot dat deze zorg niet uit het pgb kon worden betaald omdat het ging om behandeling en niet om begeleiding zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het Besluit zorgaanspraken AWBZ. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de zorg niet als begeleiding kon worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Uit het werkplan bleek dat de zorg vooral gericht was op het aanleren van vaardigheden (instructional control) en niet op het concreet ondersteunen of oefenen met vaardigheden, structuur of regie. Hierdoor viel de zorg niet onder de definitie van begeleiding in artikel 6 van Pro het Besluit zorgaanspraken AWBZ.
Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De zorg gericht op het aanleren van vaardigheden kan niet uit het pgb worden betaald omdat deze niet als begeleiding in de zin van artikel 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ wordt aangemerkt.