Uitspraak
CIZ
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het CIZ inzake haar indicatie voor individuele begeleiding onder de AWBZ. De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellante dat de indicaties onvoldoende waren om in haar zorgbehoefte te voorzien.
De Raad beoordeelde of appellante voldoende procesbelang had voor een inhoudelijke behandeling. Gezien het feit dat de indicatieperiodes waren verstreken en appellante geen schade of meer ontvangen zorg had gesteld, concludeerde de Raad dat het beoogde resultaat niet meer bereikt kon worden. Tevens was appellante niet verschenen op de zitting ondanks oproep, waardoor de Raad op grond van de Awb aannam dat zij geen procesbelang had.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Brand en leden Wagner en Tobé op 8 juli 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.