ECLI:NL:CRVB:2015:3016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- J. Brand
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag maatschappelijke opvang afgewezen wegens ontbreken positieve verplichting college
Appellant, een uitgeprocedeerde vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, vroeg bij het college maatschappelijke opvang aan. Het college wees dit af en verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat geen noodzaak bestond voor opvang of leefgeld. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellant dat het college hem toch opvang moest bieden omdat hij niet in zijn levensonderhoud kon voorzien. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van de Wmo en Vreemdelingenwet 2000 appellant geen aanspraak kan maken op maatschappelijke opvang. Tevens geldt in zijn situatie geen positieve verplichting van het college op grond van artikel 8 EVRM Pro om opvang te bieden.
De Raad stelde vast dat appellant in de relevante periode (6 juli 2012 tot 13 mei 2013) over onderdak beschikte, onder meer bij leden van de Tibetaanse gemeenschap en in een woning te Utrecht. Hierdoor ontbrak de noodzaak voor het college om opvang of leefgeld te verstrekken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd omdat geen positieve verplichting tot opvang bestaat.