ECLI:NL:CRVB:2015:4198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening boete wegens niet melden van inkomsten met inachtneming aflossingscapaciteit
Betrokkene, gehuwd met een toeslaggerechtigde, heeft inkomsten uit werkzaamheden niet gemeld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Dit leidde tot een herziening van de toeslag en een boete van € 2.269,-, het maximale bedrag volgens de Toeslagenwet.
De rechtbank stelde de boete in eerste aanleg vast op € 52,- vanwege het ontbreken van aflossingscapaciteit, maar appellant stelde dat dit bedrag de ernst van de overtreding niet recht deed. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep overwogen dat bij de beoordeling van de boete rekening moet worden gehouden met alle aannemelijk gemaakte omstandigheden, waaronder de periode waarin betrokkene wel aflossingscapaciteit had en daadwerkelijk aflossingen verrichtte.
De Raad vernietigde het eerdere oordeel en stelde de boete vast op € 1.134,54, gelijk aan het bedrag dat betrokkene reeds had afgelost. Hiermee wordt een evenwicht gevonden tussen de ernst van de overtreding en de financiële draagkracht van betrokkene. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Boete vastgesteld op € 1.134,54 rekening houdend met aflossingscapaciteit en ernst van overtreding.