ECLI:NL:CRVB:2015:4919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij beëindiging ziekengeld
Appellant, laatstelijk werkzaam als heftruckchauffeur, meldde zich ziek vanwege een arbeidsconflict en kreeg een Ziektewetuitkering. Het UWV legde hem re-integratieverplichtingen op in een Plan van aanpak, waartegen appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang omdat appellant geen recht meer had op ziekengeld. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij volledig arbeidsongeschikt is en een civiele procedure tegen zijn werkgever loopt, waardoor hij wel procesbelang zou hebben.
De Raad oordeelde dat procesbelang ontbreekt omdat het recht op ziekengeld per 18 maart 2014 is beëindigd en re-integratieverplichtingen alleen gelden gedurende de uitkeringsperiode. Het Plan van aanpak leidde niet tot maatregelen tijdens de uitkeringsperiode en er zijn geen actuele verplichtingen meer. De civiele procedure is onvoldoende onderbouwd om procesbelang aan te nemen.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.