ECLI:NL:CRVB:2016:1635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-procedure
Appellant heeft jarenlang een procedure gevoerd over het recht op een WAO-uitkering, die begon in 1994 en eindigde met een uitspraak van de Raad in 2007. Hij verzocht in 2012 om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het UWV wees dit verzoek af en ook het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond omdat de vordering tot schadevergoeding verjaard was. Appellant stelde in hoger beroep dat verjaring niet aan de orde was, omdat hij pas bij de einduitspraak van de Raad in 2007 bekend zou zijn geworden met de schade.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de verjaringstermijn pas in 2007 begon. De verjaringstermijn van vijf jaar start op het moment dat de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon, niet met de juridische grondslag van de vordering. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen wegens verjaring.