ECLI:NL:CRVB:2016:2650
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geen eerdere ingangsdatum Wubo-toeslag; schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante, geboren in 1936 en woonachtig in de Verenigde Staten, vroeg in 1991 erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wubo, maar werd afgewezen vanwege het woonplaatsvereiste. Na wetswijziging in 2008 verviel dit vereiste, waarna appellante in 2012 opnieuw een aanvraag deed. Verweerder kende de toeslag toe met ingang van 1 november 2012, de datum van de aanvraag, maar niet met terugwerkende kracht.
Appellante stelde dat zij vanwege nalatigheid niet eerder was geïnformeerd over de wetswijziging en dat de toeslag daarom vanaf mei 2008 had moeten ingaan. De Raad oordeelde dat verweerder geen aanleiding had om een eerdere ingangsdatum toe te kennen, mede omdat appellante niet was benaderd in het kader van het project Brede benadering buitenland en zij voldoende geïnformeerd had kunnen zijn via het blad “Aanspraak”.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure was overschreden met twee maanden, waardoor verweerder werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €500. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.