ECLI:NL:CRVB:2016:51
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde kasstortingen
Appellant ontving bijstand sinds maart 2009 en werd door het college verzocht bankafschriften te overleggen over bepaalde periodes in 2012. Na het niet tijdig aanleveren van deze gegevens werd de bijstand opgeschort. Het college herzag en verlaagde de bijstand over de periode juli 2011 tot november 2012 en vorderde een bedrag van €5.098,92 terug wegens niet gemelde kasstortingen op de bankrekening van appellant.
Appellant stelde dat de kasstortingen leningen waren van een derde, T., en overlegde verklaringen ter onderbouwing. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende controleerbaar en verifieerbaar waren en dat leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip volgens de WWB. De terugvordering werd daarom gehandhaafd.
Daarnaast gaf het college appellant een schriftelijke waarschuwing wegens het niet tijdig voldoen aan de inlichtingenverplichting. Appellant voerde aan dat hij binnen de hersteltermijn alsnog de gevraagde gegevens had verstrekt, maar de Raad stelde dat dit niet afdoet aan de schending van de verplichting binnen de gestelde termijnen.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam terecht was en bevestigde deze, waarmee het hoger beroep van appellant werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en handhaaft de schriftelijke waarschuwing wegens niet tijdig aanleveren van bankgegevens.