ECLI:NL:CRVB:2017:2754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- M. ter Brugge
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden bij autobedrijf
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en werden geconfronteerd met een besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1 januari 2012 tot 25 december 2014, omdat appellant werkzaamheden verricht zou hebben bij autobedrijven zonder dit te melden. Het college baseerde dit op waarnemingen en verklaringen, terwijl appellanten stelden dat appellant slechts sociaal aanwezig was en een deel van de periode wegens ziekte niet kon werken.
De Raad oordeelt dat appellant vrijwel dagelijks aanwezig was op het terrein van de autobedrijven en dat aanwezigheid tijdens reguliere uren de veronderstelling van op geld waardeerbare arbeid meebrengt. Appellant kon dit niet met objectief bewijs weerleggen. Wel is vastgesteld dat appellant van 26 september tot 11 november 2013 wegens ernstige medische klachten geen werkzaamheden kon verrichten, waardoor de intrekking en terugvordering over die periode onterecht was.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor deze periode en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van de inlichtingenverplichting bij bijstandsverlening en de zorgvuldige toetsing van medische omstandigheden bij intrekking en terugvordering.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode 26 september tot 11 november 2013 wegens medische omstandigheden en bevestigd voor de overige perioden.