ECLI:NL:CRVB:2017:2808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening terugvordering en boete bij verzwegen gezamenlijke huishouding in WWB
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, terwijl zij samen met appellant een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden. Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling van ten onrechte ontvangen bijstand over juni 2013 tot en met december 2013, met een boete wegens grove schuld. De rechtbank handhaafde dit deels, maar vernietigde de boete.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college niet gerechtigd was het volledige bedrag terug te vorderen omdat appellanten aannemelijk hebben gemaakt dat zij over een deel van de periode recht hadden op aanvullende bijstand. De boete wordt eveneens vernietigd omdat geen grove schuld is aangetoond. Het college wordt opgedragen de terugvordering en boete opnieuw vast te stellen.
Verder is geen recht op bijstand met terugwerkende kracht voor de periode vóór 1 april 2014, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond. De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en stelt dat tegen de nieuwe besluiten alleen beroep bij de Raad mogelijk is.
Uitkomst: De terugvordering en boete worden vernietigd en het college wordt opgedragen deze opnieuw vast te stellen.