ECLI:NL:CRVB:2017:4281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet-nakoming re-integratietraject zonder dringende redenen
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en was verplicht deel te nemen aan een re-integratietraject. Vanaf 27 juli 2015 verscheen appellant niet op het traject zonder zich ziek te melden, ondanks eerdere waarschuwingen en een medische beperking die hem maximaal twintig uur per week belastbaar maakte.
Het college verlaagde de bijstand over augustus 2015 met 100% als maatregel wegens het niet nakomen van deze verplichting. Appellant voerde aan dat hij door ziekte en een scooterongeval niet kon deelnemen en dat er sprake was van dringende redenen om de maatregel te matigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich ziek heeft gemeld of niet kon verschijnen. De financiële en persoonlijke omstandigheden van appellant vormen geen dringende redenen. Ook het beroep op de inkeerregeling faalt omdat appellant zijn verplichtingen pas na een hernieuwde oproep is nagekomen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% wegens het niet nakomen van het re-integratietraject wordt bevestigd.