ECLI:NL:CRVB:2017:3670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering werkervaringstraject zonder dringende redenen
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en werd uitgenodigd voor een voorlichtingsbijeenkomst over een werkervaringsplaats. Na deelname weigerde appellant het aangeboden werkervaringstraject te ondertekenen. Het college legde daarop een maatregel op door de bijstand met 100% te verlagen voor één maand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het niet ondertekenen van het trajectaanbod een niet-nakoming van verplichtingen is, waarvoor de maatregel terecht werd opgelegd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college erkende dat hij de bijeenkomst had bijgewoond, dat er dringende redenen waren om de maatregel te matigen en dat de maatregel in termijnen had kunnen worden geïnd.
De Raad oordeelt dat het college terecht de maatregel oplegde, omdat appellant geen gebruik heeft gemaakt van de aangeboden voorziening en de gedraging verwijtbaar is. De invulling van dringende redenen is ruimer dan alleen persoonlijke onaanvaardbaarheid en omvat een individuele afweging. In dit geval zijn geen dringende redenen aannemelijk gemaakt. Ook het verzoek tot inning in termijnen faalt omdat de gemeenteraad geen regeling daarvoor heeft getroffen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor één maand wegens weigering van het werkervaringstraject wordt bevestigd.