Appellant ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) als ongehuwde, maar was sinds 3 augustus 2012 getrouwd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) trok de toeslag in en vorderde teveel betaalde bedragen terug. Tevens legde het Uwv een boete op wegens het te laat doorgeven van de wijziging in leefsituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar verlaagde de boete naar €10,- wegens afwezigheid van draagkracht. Appellant stelde in hoger beroep dat hij duurzaam gescheiden leefde en dat de toeslagregels discriminatoir waren vanwege de woonplaats en achtergrond van zijn echtgenote. Ook betwistte hij de overtreding van de inlichtingenverplichting.
De Raad oordeelde dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde en dat hij geen recht had op toeslag omdat zijn echtgenote na 31 december 1971 was geboren en er geen kinderen in het huishouden waren. Het beroep op verdragsrechtelijke discriminatieverboden faalde wegens ruime beoordelingsmarge van de wetgever. De inlichtingenverplichting was geschonden, maar opzet ontbrak. De boete van €10,- ontbrak aan wettelijke basis en werd vernietigd. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof en ongegrond voor het overige.