ECLI:NL:CRVB:2018:1714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens toepassing kostendelersnorm zonder strijd met non-discriminatie en eigendomsrecht
Appellante, een oudere vrouw die een AIO-aanvulling ontving naast haar AOW-pensioen, kreeg deze aanvulling ingetrokken vanwege de toepassing van de kostendelersnorm, omdat zij samenwoonde met haar zoon en diens gezin. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de kostendelersnorm, ingevoerd in de Participatiewet, rekening houdt met schaalvoordelen bij het delen van woonkosten en dat de aard van het inkomen of de feitelijke kostenverdeling daarbij niet relevant is. Appellante voerde aan dat de toepassing van de norm discriminerend is en haar mantelzorg zou frustreren, maar deze gronden werden verworpen omdat de wetgever bewust onderscheid maakt tussen AOW en PW en mantelzorgsituaties niet uitzonderde.
Voorts oordeelde de Raad dat de intrekking geen disproportionele inbreuk op het eigendomsrecht vormt, mede omdat appellante nog een inkomen had dat hoger was dan de norm en zij woonkosten deelt met medebewoners. De vergelijking met het EHRM-arrest Ásmundsson faalde omdat de situatie fundamenteel verschilde. Ook de overgangstermijn van zes maanden werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de AIO-aanvulling bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling op grond van de kostendelersnorm.