Uitspraak
15.4112 WW, 16/3046 WW
OVERWEGINGEN
- het naar buiten brengen van onjuiste informatie over de hoogte van haar salaris;
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was in dienst bij een overheidsinstantie en beschikte over een leaseauto met onbeperkt privégebruik. Na onderzoek door de Commissie Scheltema en Hoffmann Bedrijfsrecherche werd vastgesteld dat appellante onjuiste informatie had verstrekt over het privégebruik van de dienstauto en afspraken in haar agenda had laten aanpassen om dit te maskeren.
Het dienstverband van appellante werd opgezegd wegens deze gedragingen, waarna het Uwv haar WW-uitkering volledig en blijvend weigerde wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er sprake was van een dringende reden.
In hoger beroep betwistte appellante de betrouwbaarheid van de onderzoeken en de vastgestelde feiten, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere conclusies. Civiele en strafrechtelijke procedures hadden eveneens bewezen dat appellante valsheid in geschrift had gepleegd door gefingeerde afspraken in haar agenda te laten opnemen.
De Raad oordeelde dat de gedragingen een ernstige schending van het vertrouwen vormen en dat er objectief en subjectief sprake is van een dringende reden. Gezien de omstandigheden is de weigering van de WW-uitkering terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende en volledige weigering van de WW-uitkering wegens ernstige schending van vertrouwen door appellante.