ECLI:NL:CRVB:2018:4313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens onvoldoende maatwerk in plan van aanpak
Appellante, jonger dan 27 jaar met een MBO-2 diploma en twee jonge kinderen, vroeg bijstand aan. Het dagelijks bestuur stelde haar verplicht zich aan te melden voor een BOL- of BBL-opleiding in het plan van aanpak, naast arbeidsinschakelingsverplichtingen. Appellante gaf aan geen opleiding te willen volgen vanwege haar zorgtaak en schulden.
Het dagelijks bestuur wees de bijstandsaanvraag af op grond van artikel 13, tweede lid, onder c, van de Participatiewet, omdat appellante ondubbelzinnig niet zou willen meewerken aan haar verplichtingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dagelijks bestuur onvoldoende maatwerk had geleverd door appellante te verplichten een niet nader gespecificeerde opleiding te volgen zonder te onderzoeken of dit haar kansen op werk zou vergroten. Tevens mocht het dagelijks bestuur niet afgaan op eerdere gedragingen buiten de aanvraagperiode. Hierdoor was het besluit in strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb en moest worden vernietigd.
De Raad bepaalde dat het dagelijks bestuur een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de situatie van appellante en het maatwerkvereiste. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het dagelijks bestuur moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van maatwerkvereisten.