Uitspraak
17.1564 WMO15
12 januari 2017, 16/2184 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met ernstige gezondheidsklachten, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor schoonmaakondersteuning op grond van de Wmo 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Emmen had het pgb voor 2016 vastgesteld op 50% van het uurtarief omdat de hulp werd geleverd door een persoon uit het sociale netwerk, namelijk haar dochter.
Appellante maakte bezwaar tegen deze tariefdifferentiatie, stellende dat het college niet bevoegd was om dit in het Uitvoeringsbesluit vast te leggen en dat het tarief te laag was. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat de tariefdifferentiatie volgens de Wmo 2015 in de gemeentelijke verordening moet worden geregeld en niet door het college in een uitvoeringsbesluit. Hierdoor was artikel 2 van Pro het Uitvoeringsbesluit onverbindend voor zover het een lager tarief dan 100% van het uurtarief bepaalde. De Raad vernietigde het besluit en stelde zelf het pgb voor 2016 vast op 100% van het uurtarief.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante werd vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van correcte wettelijke grondslagen voor beleidsregels die financiële gevolgen hebben voor cliënten.
Uitkomst: Het pgb voor 2016 wordt vastgesteld op 100% van het uurtarief en het besluit van het college wordt vernietigd.