Uitspraak
15.7431 ZVW
1 oktober 2015, 15/2662 (aangevallen uitspraak)
CAK
OVERWEGINGEN
.Daarom is zij vanaf september 2011 een bestuursrechtelijke premie van € 148,95 per maand verschuldigd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante werd vanaf september 2011 een bestuursrechtelijke premie opgelegd wegens aanmelding als wanbetaler door haar zorgverzekeraar. In januari 2015 wijzigde de wijze van inning naar broninhouding op haar inkomen, waartegen appellante bezwaar maakte. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard door CAK, waarna appellante beroep instelde bij de rechtbank, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde.
Na afmelding als wanbetaler per 1 januari 2015 werd de broninhouding beëindigd en vond een eindafrekening plaats waarbij reeds ingehouden bedragen werden verrekend. Appellante stelde in hoger beroep dat zij met de broninhouding onder de beslagvrije voet kwam en dat haar situatie niet door de wetgever was voorzien.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, aangezien het resultaat van het beroep feitelijk niet meer kan worden bereikt door de beëindiging van de broninhouding en verrekening van bedragen. Een principieel belang is onvoldoende. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.